Nieuw college, nieuwe raad? Een goed begin is het halve werk!

De verkiezingen vormen het moment voor de burgemeester, de griffier en de gemeentesecretaris om de voorwaarden te scheppen waarop het nieuwe bestuur extra succesvol kan worden in de komende bestuurstermijn. Ons democratisch systeem met burgers die de instituties gaan besturen loopt altijd het risico dat zij er, door hun onbekendheid met de werking van de bestuurlijke en ambtelijke organen, niet uit kunnen halen wat ze met hun bestuurlijke ambities willen bereiken.

Natuurlijk is de frisse blik die juist de nieuw aantredende wethouders en raadsleden meebrengen, vaak ook goed. Die frisse blik helpt kritische vragen te stellen en betere oplossingen te realiseren. Tegelijkertijd komen een goed ingewerkte gemeenteraad en college gewoon verder en realiseren zij meer. Besturen die een gedeeld bestuurlijk normen en waarden patroon kennen kunnen hun pijlen richten op hun hun politiek bestuurlijke ambities. Zonder een helder gemeenschappelijk kader gaat veel energie in onderlinge meningsverschillen over de spelregels zitten. Dat vergroot de geloofwaardigheid van het bestuur niet.

In dat licht is het jammer dat er soms, juist bij nieuwe raden en colleges, schroom is om budget te spenderen aan goede begeleiding bij de eigen start. Sommigen vinden dat, zeker zo snel na de verkiezingen, een verkeerd signaal naar de inwoners, want “we zitten hier niet voor onszelf maar voor de inwoners”.  Dat laatste is natuurlijk terecht, maar van investeren in een goede start worden juist ook de inwoners beter. Een goed begin is het halve werk. Dat vindt iedereen in een professionele organisatie de gewoonste zaak van de wereld.

De afgelopen periode mochten we o.a. samen met de Nederlandse Vereniging van Raadsleden een aantal gemeenteraden begeleiden in een collectief leerprogramma dat ze zelf vooraf hadden ingericht. Ook mochten we diverse colleges begeleiden.  

Voor de colleges die na de verkiezingen worden gevormd is nog een extra aandachtspunt bij dat nieuwe wethouders meestal niet voorbereid zijn op het grote verschil tussen het zijn van raadslid (algemeen bestuurslid) en wethouder (dagelijks bestuurslid). De arena’s waarin een wethouder zich staande moet houden kennen als gemeenschappelijk kenmerk dat ze eufemistisch gezegd, niet vanzelfsprekend veilig zijn. Kritiek is als snel persoonlijk of wordt zo ervaren. Hoe zorg je als nieuwe bestuurder dat je jezelf kunt blijven en tegelijkertijd je rol op het scherpst van de snede kunt uitoefenen? Bestuurders die bij ons het Bestuurlijk Leiderschap Ontwikkelingstraject (BLOT) – WagenaarHoes volgden gaven achteraf aan dat het leertraject hen ook in het privé leven sterker en veerkrachtiger had gemaakt.

Ook voor de gemeentesecretaris is er werk aan de winkel na de verkiezingen, om het ambtelijk-bestuurlijk samenspel met de nieuwe bestuurders vlot effectief te maken. De ambtelijke organisatie heeft, zo is onze ervaring,  te vaak pas een of twee jaar nadat een nieuw college geïnstalleerd is, echt goed scherp wat de nieuwkomers voor hun werkwijze betekenen. Door de afgelopen periode goed te evalueren en met het nieuwe college te bespreken kan een gezamenlijke start gemaakt worden waarbij een gemeenschappelijke basis gecreëerd wordt die het succes in de nieuwe periode bevordert. Goede samenwerking vereist groot onderling vertrouwen en een gedeeld beeld van de te realiseren ambitie. De vertrouwensdrempel en de inspiratie drempel zijn bij een gezamenlijke start prima te passeren. 

Schroom dus niet om samen een goede start te maken, ten dienste van de inwoners.